Burgerkracht vraagt om vertrouwen van de overheid

Geschreven door Anita Keita. Geplaatst in Sociale innovatie.
Hot

verbinding, inspiratie, community, coöperatie, samen, verbinden, verandering, vernieuwing, inspiratie, inspiratieplatform, mensen, inspireren,

In mijn zoektocht naar burgerkracht en het stimuleren ervan kwam ik de denkers en schrijvers Phillip Blond en Richard Sennett tegen. Beide pleiten zij voor meer samenleven, meer burgerkracht, meer collectieve verbondenheid. Wat zijn overeenkomsten en verschillen in hun ideeën?

Phillip Blond

Phillip Blond (1) is de geestelijk vader van de idee van “Big Society”. Big Society is een concept waarin de maatschappij draait om burgerlijke participatie, sociale verbanden en distributie van politieke macht en economisch eigendom (sociaal kapitaal). Sociale ondernemingen blijken beter in staat tot het bieden van oplossingen voor sociale problemen dan de staat. Hij pleit voor overheidsdiensten die eigendom worden van de mensen die ervoor werken. Daarnaast moeten in zijn visie lokale gemeenschappen het recht krijgen om eigenaar te worden van publieke voorzieningen.

De Big Society is volgens Blond de uitweg uit zes decennia ‘slingeren tussen en staatscollectivisme en marktindividualisme' die gemeenschappen, bedrijven en buurten hebben weggedrukt. Grootschalige bedrijven vernietigden de lokale buurtsuper en daarmee de gemeenschap. En waar middenveld en gezin verdwijnen, ligt er een open zenuw tussen overheid en individu. Meer government gaat dat niet oplossen. Maar meer markt ook niet. Dus moet de samenleving het zelf doen. Na Big Government en Big Market is de Big Society aan de beurt. Dat is Big Society in een notendop.

Richard Sennett

Socioloog Richard Sennett (2) schreef het boek “Samen”. Mensen zijn sociale wezens en elke maatschappij is op samenwerking gebaseerd. Maar in onze neoliberale samenleving komen we volgens Sennett nauwelijks in aanraking met mensen uit andere sociale milieus, mensen met andere overtuigingen dan de onze. Het eigen belang en de eigen koers domineren.

Sennett benadrukt juist het menselijke talent te observeren en te luisteren, het vermogen je te verplaatsen in het standpunt van de ander. In Samen analyseert hij wat samenwerken en solidariteit eigenlijk betekenen, waarom we er niet meer toe in staat zijn, maar ook hoe we het weer kunnen leren.

Einde verzorgingsstaat, begin burgerkracht?

Blonds ideeën zijn ook in Nederland populair. Ze passen in de beleidsplannen van het kabinet: meedoen en participeren. Mensen zouden het idealiter zelf moeten doen, maar ze doen dat niet, of markt en overheid zien dat niet. Maar in slaap gesust door markt en overheid staat de proactieve burger niet vanzelf op als overheid en markt zich terugtrekken. Ze moeten daartoe gestimuleerd en gefaciliteerd worden. Wie moet dat doen? Markt? Overheid?

Frontlijnsturing

De echte problemen laten zich niet kennen met een helikopterblik, aldus Blond. Dat vereist gedetailleerd inzicht in implementatie en uitvoering. Dergelijk inzicht hebben alleen frontlijnwerkers en gebruikers. Een efficiënte en bevlogen publieke sector krijg je volgens Blond alleen door frontlijn-leiderschap. Uitvoerende professionals bepalen de koers en stellen deze bij met medezeggenschap van gebruikers en andere nauw betrokkenen. Liefst via mede-eigenaarschap, als beste garantie voor verantwoordelijkheid en betrokkenheid.

Sociale professional

Ook Sennett spreekt over een romantisch idee dat je alleen maar grenzen hoeft weg te nemen om een gemeenschap in beweging te krijgen. Hij gelooft wel in echte gemeenschapszorg. Maar hij gelooft niet dat de gemeenschap gespecialiseerde hulp kan overnemen. Hij vindt dat Blond teveel ervan uitgaat dat sociaal werk geen specifieke vaardigheden vereist. Hij pleit voor sociale professionaliteit. Hiervoor zijn professionals én burgers nodig.

Bij sociale professionals bestaat professionaliteit uit nieuwsgierigheid, en vereist een zekere afstandelijkheid tot de mensen die je dient. Dat is iets anders dan compassie met je naasten, dat ligt erg dicht bij medelijden. Als je bijvoorbeeld zegt: “Ik weet precies wat je voelt, arme jij”, dan heb je compassie en identificeer je jezelf met de ander, maar daarmee ontneem je de ander de vrijheid om zichzelf te zijn.

Samenwerking is een vaardigheid, een ambacht. Een ambacht dat het vermogen tot het aangaan van dialogische relaties veronderstelt, van het kunnen luisteren naar de noden van een ander zonder ermee samen te vallen. Het ontwikkelen van die vaardigheid vraagt veel oefening en reflectie.

Burgerkracht vraagt om vertrouwen

Daar waar de overheid stimuleert met subsidies en contracten neemt ook de controle toe. De bemoeienis van de overheid wordt niet minder maar krijgt een ander karakter: van verzorgingsstaat naar controlestaat in plaats van de gewenste participatiestaat. De overheid roept wel om een weldadige samenleving maar vertrouwt ze haar burgers én maatschappelijke organisaties wel? De overheid wil burgers loslaten, maar wil tegelijk blijven bepalen hoe ze zich moeten gedragen.

Vanuit vertrouwen werken aan duurzaam partnerschap

Nodig zijn partnerschap en continuïteit. Partnerschap in een langdurige samenwerking tussen de overheid als hoeder van de rechtsstaat, de burger als hoeder van de samenleving, maatschappelijke organisaties met hun specialistische kennis, én de markt als aanjager van efficiency en effectiviteit.

Sennett pleit in dit verband voor “crafting practises”, een term die benadrukt dat het gaat om een zekere ‘sociale ambachtelijkheid’. Functionarissen, organisaties en burgers werken vanuit verschillende kennisposities samen om verbindingen te smeden tussen nationale institutionele oplossingen en lokale sociale problemen. En daaruit ontstaan crafting communities, gemeenschappen die op ambachtelijke wijze lokale sociale problemen willen oplossen, met daarbij een scherp oog voor de samenhang met het wijdere institutionele veld. Het zijn volgens Sennett zulke crafting communities die het lokale landschap steeds meer gaan sieren. Het is een poging op verstandige wijze om te gaan met het verlies aan maakbaarheid.

Coöperatie

Een mooi voorbeeld is het voorstel dat Evelien Tonkens in 2011 deed voor een Tijdelijke Wet Experimenten Frontlijnsturing. Die wet zou groepen professionals de mogelijkheid geven om, tegen het gemiddelde bedrag dat in die sector per gemiddelde gebruiker wordt uitgegeven, een coöperatie te vormen die naar eigen inzichten hulp, onderwijs, zorg, huisvesting of wat dan ook aanbiedt. (Geen marktwerking: het bedrag staat vast.) Bevrijd van alle controle- en registratiedwang, mits de organisatie de interne democratie tot in de puntjes verzorgd heeft. Volledige zeggenschap van alle beroepskrachten plus effectieve medezeggenschap van gebruikers. Elke organisatie die aan deze eisen voldoet, mag alle telefoonboeken met verantwoordingseisen het raam uit gooien.

Wederzijdse afhankelijkheid

Willem Trommel (3) verwoordt het mooi: met het einde van de verzorgingsstaat denken we opnieuw na over het ‘zorgen dat anderen zorgen’. Uitgangspunt daarbij kan niet anders dan de wederzijdse afhankelijkheid van mensen zijn, en dus niet hun (vermeende) autonomie.

Inspiratie en bronnen

(1) Phillip Blond is een van de meest invloedrijke politieke denkers in Groot Brittannië van dit moment. Met zijn boek Red Tory (2009) presenteerde hij een nieuwe visie op de maatschappij waarin zowel conservatieve waarden als linkse idealen centraal staan. Zijn denktank ResPublica (opgericht in 2009) is binnen korte tijd uitgegroeid tot een van de meeste invloedrijke denktanks in Engeland.
(2) Richard Sennett (socioloog) is hoogleraar aan de London School of Economics en aan de New York University. Hij schreef het boek “Samen, een pleidooi voor samenwerken en solidariteit” en “De Ambachtsman”. Ze zijn, samen met een nog uit te komen boek over Stedenbouw een trilogie over de homo faber. Het drieluik is een zoektocht naar hoe mensen hun eigen inspanningen, sociale relaties en fysieke omgeving vormgeven.
(3) Willem Trommel is hoogleraar beleids- en bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit artikel is een geactualiseerde en verkorte versie van het hoofdstuk dat hij schreef voor het boek ‘Bouwplaats lokale verzorgingsstaat’, H. Bosselaar en G. Vonk (red.), Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2013

http://www.socialevraagstukken.nl/big-society-of-big-brother/
http://dev.socialevraagstukken.nl/een-big-society-zonder-bezuinigingsdwang/ 
http://www.publiekezaak.nl/blog/phillip-blond-inspirerende-dwarsdenker/ 
http://www.socialevraagstukken.nl/participatiesamenleving-vraagt-om-bescheiden-bestuur/ 
http://www.socialevraagstukken.nl/interview/richard-Sennettt-samenwerking-is-een-ambacht/

 


Anita Keita

Auteur: Anita Keita

8 8

Anita Keita is organisatieadviseur en de drijvende kracht achter De Verlichting Advies.  Haar passie ligt al sinds haar studie bij de maatschappelijke sector.

Anita Keita's Profielfoto
Anita Keita antwoordt op het onderwerp: #497 4 maanden 3 weken geleden
Interessant Tom. Kun je informatie over dat congres delen (link, datum, doelgroep e.d.); misschien zijn er mensen die dit graag willen bezoeken? Wat hopen jullie te bereiken op het congres?
Tom Nathans's Profielfoto
Tom Nathans antwoordt op het onderwerp: #496 4 maanden 3 weken geleden
Dit artikel sluit mooi aan op c.q. was wellicht inspiratiebron van ons congres 'De Buurt Bestuurt' van de Vereniging Bewoners Activiteiten Platform Laakhavens & de Haagse Hogeschool, resp. van de wijk Laakhavens en in Den Haag.

Bespreek dit artikel

INFO: You are posting the message as a 'Guest'







×